De basic apparatuur voor een keertje geocachen is simpel, een pc met internet verbinding, een stukje papier, een pen of potlood, een pak bastognekoekjes en een gps. In principe heb je hier aan al voldoende om je eerste cache te vinden. Je zoekt thuis de gegevens van de cache op, schrijft de omschrijving over, voert de coordinaten in in je gps en gaat op pad (vergeet de bastognekoekjes niet).
Zoals je wellicht al verwacht, zeker als je de leden van Team BigNomad een beetje kent, moet het bij ons allemaal net even iets beter, hoger en meer ![]()
Op het lijstje met benodigdheden voor GeoSlash 1.0 stonden onder andere: twee laptops, één printer, Tom-Tom, Internet via een GSM, bastognekoekjes, stafkaarten, batterijen, batterijlader, pen en papier, een benzinebrander, een pannenset, bastognekoekjes, portofoons, een Ford Focus Wagon 1.8 TDCI Titanium (met tankpas), GPS’en, bastognekoekjes, een omvormer van 12v naar 220v, 12volt verdeelstekkers, een stekkerblok en allerlei andere benodigdheden om een weekendje te kamperen. Ohja, een tent (en bastognekoekjes).
Voor GeoSlash 2.0 is de lijst dankzij de ervaringen van de eerste editie aangepast. De Focus en de tent zijn vervangen door een camper, er gaat een derde en een vierde laptop mee, een access point, 3 keer TomTom ipv 2 en meer bastognekoekjes.
Je hebt dit allemaal niet nodig voor GeoSlash (behalve dan de bastognekoekjes). Maar het is wel leuk
De aanstichters van het geheel dat als GeoSlash bekend staat. Ergens half april 2006 waren Casper en Alwin lekker aan het kletsen over geocaching. Het idee bestond om een heel weekendje aan deze gezamenlijke hobby te besteden en eens te zien hoe veel caches je op een dag kan doen. Maar omdat Alwin en Casper eigenlijk een haat – liefde verhouding delen, was een derde (neutrale) persoon noodzakelijk. Marc werd gevraagd, hij stemde toe en het team was compleet.